Sceptici en de media vertellen de mensheid al jaren dat graancirkels door mensen gemaakt worden. Veel mensen zijn daar in gaan geloven, het idee dat graancirkels door de natuur gevormd zijn of door een “intelligentie” anders dan de mens geschapen worden, wordt door velen als belachelijk afgedaan. Wat de media en de sceptici nog wel eens “vergeten” te vertellen als ze het over het graancirkel-fenomeen hebben is dat er wel degelijk wetenschappelijk onderzoek naar graanformaties is gedaan. Over deze wetenschappelijke studies gaat het onderstaande artikel.

William C. Levengood

Een van de meest bekende onderzoekers van het graancirkelfenomeen is de Amerikaan William C. Levengood. In het begin van de jaren ’90 onderzocht Levengood van het Pinelandia Biophysical Laboratory in Michigan planten en bodemmonsters van 250 graancirkels, uit zeven verschillende landen. Levengood, die verantwoordelijk is voor meer dan vijftig wetenschappelijke publicaties, waaronder acht in het prestigieuze tijdschrift Nature, en drie (1994; 1995; 1999) over studies naar het graancirkel fenomeen, toonde aan dat er talloze veranderingen waren in de planten uit de meeste formaties.

Zijn eerste graancirkelpublicatie “Anatomical anomalies in crop formation plants” uit 1994 (Link) laat zien dat Levengood’s gegevens aantonen dat “planten uit graancirkels anatomische abnormaliteiten vertonen die niet verklaard kunnen worden door aan te nemen dat de formaties namaak zijn.” Hij definieert een “echte” formatie als een formatie “die is geproduceerd door externe energie die onafhankelijk van de menselijke invloed te werk gaat.”

Een vreemde bruine “gloed” die de planten in een Britse formatie bedekte was het onderwerp van een publicatie van Levengood en John A. Burke in het Journal of Scientific Exploration in 1995. (LINK: http://www.bltresearch.com/semi-molten.html ) Het materiaal dat de planten bedekte bestond uit ijzeroxidanten, magnetiet (Fe304) en hematiet (Fe203) dat in de planten ingebed was geraakt terwijl het nog gesmolten was. Kleine ijzeren bolletjes werden ook in de bodem aangetroffen.

In de derde publicatie toonde Levengood (1999) (http://www.bltresearch.com/dispersion.html) aan dat de abnormaliteiten die hij bij eerder onderzoek had weten aan te tonen werden veroorzaakt “doordat in de hogere atmosferen van de aarde (de ionosfeer) een plasmavortex ontstaat. Dit is een soort wervelende kolom van geïoniseerde (elektrisch geladen) lucht. De plasmavortex is een bekend fenomeen binnen bijvoorbeeld de natuurkunde en de meteorologie. Hij is niet met het blote oog te zien, maar wel te meten (dankzij de elektrische lading van de luchtdeeltjes). De vortex komt vanuit de ionosfeer als een draaikolk op de aarde afgesneld, sterk elektrisch en magnetisch van aard en tevens voorzien van een energie die veel lijkt op magnetron-energie: microgolven.”(Janet Ossebaard)

Al deze publicaties werden door een zogenaamd peer-reviewed wetenschappelijk tijdschrift opgenomen. Dat betekent dat alle ingezonden artikelen eerst worden bestudeerd en beoordeeld door een aantal vakgenoten. Deze specialisten controleren ieder ingezonden stuk op fouten, onvolledige redeneringen en andere onzorgvuldigheden. Als deze gevonden worden wordt het artikel geweigerd voor publicatie.

dr. ir. Eltjo Haselhof

Een andere zeer bekende (Nederlandse) wetenschapper Eltjo Haselhof die naast enkele tientallen wetenschappelijke publicaties en enkele patenten met betrekking tot Magnetische Resonantie, ook zijn bevindingen in hetzelfde wetenschappelijke tijdschrift ‘Physiologia Plantarum’ heeft mogen publiceren.  “Hij toonde aan dat de graancirkels die hij had onderzocht waren gevormd door elektromagnetische puntbronnen. Een voorbeeld van een elektromagnetische puntbron is een gloeilamp. Dr. Haselhoff ontdekte dit aan de hand van de afwijkingen die hij aantrof in de knopen van de graancirkel planten. Toen hij de knopen van de genomen monsters mat, bleken de knopen in het centrum van de cirkels flink in grootte te zijn toegenomen. De knopen van de planten die aan de buitenkant van de cirkels hadden gegroeid waren weliswaar iets opgerekt, maar beduidend minder dan die uit het centrum. Hij ontwikkelde een computerprogramma om de knoop lengte door de computer te laten berekenen (om zodoende menselijke meetfouten uit te sluiten) en liet de computer vele honderden metingen verrichten.

Dr. Haselhoff vergeleek de verspreiding van de knoop verlenging (het hoogst in het centrum en steeds lager naar buiten toe) met alle mogelijke energieverspreidingspatronen die bekend zijn in de natuurkunde. Hij vond een 100% match: met de energieverspreiding van een elektromagnetische puntbron. Hierbij kunt u denken aan een peertje, een gloeilamp. Wanneer je die boven de grond hangt, zie je eveneens een verspreiding (van het licht) dat direct onder de lamp (vergelijkbaar met het centrum van de graancirkel) het sterkst is, en steeds minder fel wordt naarmate je verder naar buiten toe meet in het stralingsveld van het licht.

Een 100% match is zeldzaam in de wetenschap. De volgende conclusie kon dan ook met een gerust hart getrokken worden: de onderzochte graancirkel was gevormd door een elektromagnetische puntbron, een lichtbol, die 4,1 meter boven de grond had gehangen op het moment dat het graan plat ging.”(Janet Ossebaard) Aangezien er voor dit onderzoek echter maar 1 graancirkel is onderzocht, is het niet zo dat aangetoond kan worden dat een groot deel van de graancirkels ontstaan door een elektromagnetische puntbron. Daarvoor zouden veel meer graancirkels op dezelfde wijze onderzocht moeten worden.

dr. Terence Meaden

De meteoroloog dr. Terence Meaden is professor in de fysica en heeft honderden publicaties op zijn naam, voornamelijk op het gebied van lage temperatuur en de meteorologie. “Uitgaande van wat zijn onderzoek naar tornado’s hem geleerd had, stelde Meaden dat een statische werveling van geïoniseerde lucht- vergelijkbaar met een tornado, met dit verschil dat hier de krachten naar beneden waren gekeerd- verantwoordelijk moest worden gehouden voor deze formaties, hoe ingewikkeld ook; en weliswaar zeldzaam, maar volkomen natuurlijk effect dat onder bepaalde klimatologische en topografische omstandigheden kan optreden. Deze “plasmawerveling” had zich, naar hij zei, altijd al op aarde voorgedaan, al was het zelden waargenomen, nooit opgetekend en- tot op heden- onbenoemd gebleven.” (Mysterydatabase)

dr. James W. Deardorff

Meteoroloog Dr. James W. Deardorff, professor in ruste aan het College of Oceanic and Atmospheric Sciences dat verbonden is aan de Oregon State University en voormalig wetenschapper aan het National Center for Atmospheric Research, verklaart in een artikel in het Physiologia Plantarum dat de variëteit, ingewikkeldheid en kunstzinnigheid van graancirkels “het werk van een intelligentie weergeeft” en geen plasma vortex. “Dat is ook de reden dat de hypothese van de grappenmakers zo heftig verdedigd werd,” zegt hij. Hij legt uit dat de abnormale veranderingen in de planten stengels nooit en te nimmer door oplichters veroorzaakt kunnen zijn.

Deardorff beschrijft een Engelse formatie uit 1986 waarbij de ligging van de gewassen “elke mogelijke verklaring tart.” “Geen enkele atmosferische vortex, met of zonder plasma, geen enkele oplichter zou het voor elkaar krijgen om een graanformatie te “weven”, elke stengel in een gebogen vorm kunnen leggen en vervolgens een andere laag in een tegengestelde kromming kunnen leggen,” zo schrijft hij.

In een mailwisseling met Dossier X wees dr Deardorff ons op het feit dat zijn artikel in Physiologia Plantarum ge-edit is door J.F. Bornman. Het prestigieuze tijdschrift, zo schrijft dr Deardorff, heeft een aantal zinnen, die over het feit gaan dat er regelmatig in de nacht voor het ontstaan van de graanformatie Ufo’s worden gemeld, uit zijn artikel gehaald uit angst dat het woord Ufo ervoor zou zorgen dat het artikel en het tijdschrift belachelijk gemaakt zou kunnen worden.

Glenn Broughton & Steve Page

Glenn Brougton en Steve Page hebben aangetoond dat 90% van de graancirkels in de periode 1993 tot 1998 in Engeland zijn ontstaan op een bodem die enorme lagen krijt bevat en grote fluctuaties in het bodemwater toont. Poreuze steenlagen zoals krijt en kalksteen worden doordat er water door heen sijpelt elektrisch geladen. Dit ontstaat door een proces dat adsorptie wordt genoemd, waarbij elektronen van waterdruppels worden “gestript” zodra ze door poreuze steen heengaan. Hierdoor ontstaat een negatieve lading in de steen en een positieve lading in het water. De meeste graanformaties ontstaan in de late zomer wanneer door de krijthoudende laag het meeste water doorgesijpeld is. De grote golf aan graanformaties begon eind 70 en het begin van de 80er jaren van de vorige eeuw. Dit was een tijd waarin veel water werd afgepompt voor menselijke consumptie en het waterpeil in de bodem laag stond.

Marshall Dudley and Michael Chorost

Marshall Dudley en Michael Chorost, twee Amerikaanse kernfysici, ontdekten in grondmonsters uit een graancirkel in Engeland 13 kortlevende, radioactieve isotopen. Deze isotopen waren allen in verschillende mate radioactief en komen niet of weinig voor op een natuurlijke manier.

Klaas (N.D.) van Egmond

Klaas (N.D.) van Egmond heeft veldonderzoek gedaan naar het ontstaan van graancirkels in het kader van onderzoek van de afdeling Milieuwetenschappen van de Universiteit van Utrecht. Het onderzoek is gepubliceerd met als titel “Thermografie van graancirkels”(Link) “Er zijn vele aanwijzingen dat een deel van de energie naar de onmiddellijke omgeving wordt overgedragen in de vorm van warmte. Door middel van infra-rood thermografie (8-12 micrometer) is daarom getracht in het landschap (kleine) temperatuurverschillen te meten, die naar verwachting optreden bij het ontstaan van (“echte”) graancirkels. De metingen werden verricht in de twee gebieden waar in de afgelopen jaren veruit de meeste graancirkels zijn ontstaan. Er zijn uiteindelijk geen temperatuurverschillen gevonden die aan het ontstaan van graancirkels gerelateerd konden worden. Niettemin wordt de techniek voor dit doel als geschikt beschouwd; temperatuurverschillen van 0.2 a 0.5 graden Celsius konden over grote gebieden waargenomen worden, met voldoende ruimtelijke detaillering en met de mogelijkheid om op afstand de temperatuurpatronen voor afzonderlijke graanvelden vast te stellen.” aldus het rapport.

Vooruitstrevend

Als onderzoek naar graancirkels zelfs door de wetenschap (die over het algemeen bekend staat als orthodox en weinig vooruitstrevend) gedaan wordt, wordt het misschien de hoogste tijd voor de media en de sceptici om ook die kant van het graancirkelfenomeen meer te belichten en het onderwerp wat minder in het belachelijke te trekken.

Bron: http://www.dossierx.nl/grenswetenschappen/graancirkels/wetenschappelijk-onderzoek-naar-graancirkels.html